Reint’s reisverslag Azië 2018/2019 (1)

India, woensdag  10-10  t/m vrijdag 19-10   

Om 13.30 uur, na een heerlijk voorspoedige vlucht, stond ik al buiten de aankomsthal in het klam-warme Mumbai te wachten op de chauffeur van het hotel. Om nog een beetje verkoeling te vinden ging ik in de deuropening van de hal staan waar de airco goed voelbaar was. De zwaarbewapende, maar uiterst vriendelijke, soldaat naast de uitgang vroeg wat ik deed en vertelde, na mijn uitleg, lachend dat het inderdaad zo’n acht graden warmer was dan gemiddeld. 

Een reis beginnen in India is zoiets als het springen in het diepe van een zwembad. Gelukkig kan ik zwemmen (een beetje), maar ook voor de vierde keer is het een heftige ervaring om in dit land te zijn: mensen die elkaar zonder pardon opzij duwen om maar als eerste bij de bushalte te zijn, maar tevens een kreupele man met alle geduld voorthelpen; mensen die op een afstandje kijken naar een hond die waarschijnlijk een beroerte heeft -trillen, schudden, schuimen en omvallen-, een kreet slaken van ontzetting en vervolgens zonder blikken of blozen om het diertje heen stappen op weg naar hun werk of naar elders; de kraamhouder die mij in eerste instantie geen geld wil teruggeven als ik hem 20 Rupees geef, terwijl ik er maar 10 hoef te betalen; de ‘gidsen’ die me aanklampen en ongevraagd mee oplopen om mij hun ‘beste aanbiedingen van heel Mumbai’ aan te smeren. Ga zo maar door…. 

Desondanks houd ik van dit ‘íncredible and fascinating India’, zoals de slogan van het Nationale Toeristenbureau luidt. In een stad met meer inwoners dan heel Nederland zijn er parken te vinden waar het geluid verstomt en de kantoormensen tussen de middag liggen uit te rusten alsof ze vier weken vakantie hebben; waar in 1887 een stationsgebouw in een extravagant gotische stijl is neergezet zo groot en majestueus dat het Amsterdam CS daarmee vergeleken een lokaal stationnetje uit de Achterhoek wordt; waar in de Jehangir Art Galery de exposerende kunstenaar mij met alle geduld  een persoonlijke rondleiding geeft langs zijn tentoongestelde werken.       

Het acclimatiseren gaat gelukkig snel: op de eerste dag ben ik al na een paar uur windstille hitte van 36 graden totaal doorweekt teruggegaan naar m’n hotel, op de derde transpireer ik al niet meer buitenmatig. Gek toch hoe vlug dat aanpassen gaat: ’s nachts heb ik de airco nu al op 22 graden staan.

In de buurt van het hotel heb ik een eethuisje gevonden met gerechten uit Kerala, een staat in Zuid-India waar eten en het bereiden ervan ongeveer tot religie verheven is. In het hotel wordt geen bier verkocht, maar als ik er om vraag staat een van de hoteljongens vijf minuten later met een in een krant gewikkelde fles voor m’n kamerdeur; bij het afrekenen rondt hij het bedrag ongevraagd royaal naar boven af. Zijn collega vindt dat teveel gedoe, vraagt hoeveel nachten ik nog blijf en komt vervolgens met drie flessen tegelijk aanzetten voor in de koelkast. Slimme gast! 

Ellora, de eerste grote bezienswaardigheid van deze reis, bestaat uit 34 met hamer en beitel (!!) uit de rots gehouwen tempels en kloosters van hindoeïstische, boeddhistische en jainistische signatuur. Aan de grootste, de Kailasanathatempel, van 84 bij 47 meter is ruim 120 jaar gewerkt, dat wil zeggen vijf generaties lang. Het is een indrukwekkende, met talloze gebeitelde beelden versierde tempel gewijd aan Shiva, een van de drie hoofdgoden van het Hindoeïsme. Het geheel heeft de vorm van een strijdwagen. De tempel uit de 7e eeuw is verrassend goed bewaard gebleven; alleen de muur- en plafond- schilderingen zijn verdwenen, onder andere omdat omwoners bij dreigend gevaar de tempels invluchtten en daar op roet producerende houtvuurtjes hun eten bereidden; de plafonds zien er inderdaad zwart van.

Mijn gids wist enorm veel te vertellen over het ontstaan en de geschiedenis van het complex en trok naar lieve lust parallellen met Europese culturen uit verschillende eeuwen. Toen hij later zijn visitekaartje overhandigde, bleek hij afgestuurd kunsthistoricus te zijn, die z’n rondleiding ook in het Frans en Italiaans kon doen. Bij navraag zei hij als gids (bij twee rondjes per dag) in 10 dagen het maandsalaris van een leraar te verdienen. Ik heb minder dan € 6 per uur betaald! 

Ziezo, het eerste verslag zit erop. Er zullen er nog veel volgen, hoop ik.

En zoals altijd:

Tot ziens, zoens of anderszins, Reint